
Monique van Hezewijk, communicatieadviseur gemeente Amersfoort Betrokken bij de eerste gelote Burgerraad over Afval in Amersfoort
Na de eerste bijeenkomst liep Monique langs een café op weg naar het station. Twaalf deelnemers van de gelote burgerraad zaten buiten op het terras. Ze hadden elkaar voor de gelote Burgerraad nog nooit ontmoet: “Dat vond ik al heel mooi om mee te maken.”
Als communicatieadviseur werkte ze op twee sporen tegelijk. Intern zorgde ze dat de 54 deelnemers toegankelijke informatie hadden en met elkaar in contact konden blijven via een online community. Daarnaast werkte ze eraan dat de stad wist wat er gebeurde voor, tijdens en na het beraad. Ze was bij alle vijftien bijeenkomsten aanwezig, belde deelnemers van tevoren en belde opnieuw als ze niet kwamen. Tijdens de 5 bijeenkomsten vroeg dit ongeveer twintig uur extra werk per week.
Wat ze leerde: het gaat niet alleen om het onderwerp en de inhoudelijke adviezen. “Het belangrijkste is dat deze mensen op een andere manier naar elkaar gaan kijken, dat er naar elkaar wordt geluisterd en mensen meemaken hoe democratische besluiten werken” Van de 54 deelnemers zeiden er 45 dat ze beter begrijpen hoe democratie werkt.
Haar grote communicatie-uitdaging bleef onopgelost: hoe zorg je dat de stad meekrijgt wat er in die beslotenheid gebeurt of überhaupt bekend is met een gelote Burgerraad? Uit de evaluatie bleek dat weinig mensen in de omgeving van de deelnemers wisten dat het beraad bestond. De volgende keer wil ze deelnemers beter voorbereiden om zelf over het proces te vertellen, als een olievlekwerking via de mensen zelf.
Raadsleden betrekken bij de bijeenkomsten lukte niet direct, terwijl dat juist het verschil maakt. “Als je een keer bij zo’n burgerraad bent geweest en de mensen hebt gezien, dan heb je al een andere verhouding met het eindresultaat.” De adviezen landden wél: 14 van de 15 adviezen werden aangenomen door de gemeenteraad. En 5 daarvan zijn al uitgevoerd.
“Mensen die elkaar niet kennen, maar binnen een paar uur toch samenvloeien en zich aan de groep verbonden voelen, dat vind ik heel bijzonder.”